Oefening apostrof en samentrekkingen
Het meest voorkomende “symbool” in het Nederlands
De apostrof staat in veel Nederlandse woorden: meervouden als auto’s en foto’s, samentrekkingen als zo’n, m’n en z’n, en het lidwoord ’t. Hij zit onder de rechterpink, naast de puntkomma, en je typt hem zonder Shift.
Hoe oefen je?
- Behandel elk woord met een apostrof als één woord, niet als twee stukjes — auto’s is één beweging voor je vingers.
- Houd de rechterpink dicht bij zijn basistoets, zodat de apostrof een kleine uithaal is en geen handbeweging.
- Let op het verschil tussen foto’s (meervoud) en foto (enkelvoud): de test telt de extra aanslag mee.
Waarom een aparte les?
Wie alleen woordenlijsten oefent, loopt op echte tekst vaak vast, omdat echt Nederlands vol apostrofs zit. Een paar minuten met deze oefening haalt die aarzeling weg uit e-mails, chats en alledaagse teksten.