Woorden van de basisrij

Van letters naar woorden

Kennen je vingers de basisrij, dan is het tijd voor echte woorden. Alle woorden in deze les bestaan alleen uit toetsen van de basisrij: A, S, D, F, G, H, J, K, L. Korte woorden als dag, glas en sjaal leren je vingers om in volgorde te bewegen zonder ooit hun beginpositie te verlaten.

Zo oefen je

  • Houd je vingers licht gebogen boven de basisrij en keer na elk woord terug.
  • Druk de spatiebalk in met je duim, nooit met een wijsvinger.
  • Zeg elk woord zachtjes mee terwijl je typt. Zo verbind je klank, spelling en beweging.
  • Ga langzamer tot je elk woord foutloos typt en versnel dan pas.

Veelgemaakte fout

Kijk niet naar beneden als je naar de G en de H reikt. Het zijn de middelste toetsen, bediend door de wijsvingers: strek de vinger opzij, druk en breng hem meteen terug naar de F of de J.

Oefenen

Voortgang 0 Live WPM 0 Live aanslagen/min 0

De woorden komen vanzelf. Druk op spatie om een woord af te sluiten.